Rondzendbrieven uit 2009

Rondzendbrief nummer 23 / juni 2009

Lieve familie, vrienden en meelevenden,

Geschokt en met verslagenheid, zoals ook u denk ik, hoorden we gisteren het nieuwsbericht over die man die een grote zwarte vlek op de unieke Koninginnedagvieringen in Nederland veroorzaakte, waarin tot nu toe zo velen van ons zijn eigen gelukkige feestherinneringen vonden. We verenigen ons hart met onze Koningin en haar familie, de familie van de slachtoffers, verdere omstanders, en de dader, in deze zeer trieste gebeurtenis. Laten we bidden voor hen allen, nu, en vervolgens bovenal voor Koningin Beatrix en haar raadslieden hierin, hoe te handelen vandaag en in de toekomst.

De titel van vandaag is: Recht wat krom is’.

Nog weer een paar patiëntgevallen overdenkend, moet het uitgangspunt opnieuw onderstreept worden, als de gegevens over de economische toestand van het land Peru in de statistieken te zien zijn. De export steeg, al eerder genoemd, en Peru klom op van derdewereldland naar tweedewereldland in de economische scorelijst. Toch steeg de inflatie van 2008 in augustus alweer boven de 10% uit, hoofdzakelijk te wijten aan de nog steeds stijgende prijzen van levensmiddelen en dranken. En dat is dan meteen de reden dat de onderlaag van de bevolking het juist nog niet beter heeft, maar buitengewoon bezorgd is over zijn dagelijks brood (rijst).
Betesda vindt zijn taak onder hen, bovenal de kansarme, die hulp nodig heeft. De dokter herkende evenwel de aanwezigheid van patiënten uit de hoge armoeklasse of zelfs middenklasse, die voorkeur gaven aan de behandeling van hem, vóór een poliklinische afspraak in het locale ziekenhuis. Daar moet men langer wachten vanaf 4 uur ‘s morgens (!) en de zorg is vaak onpersoonlijk en wordt vaak (te) snel afgewerkt. Omdat Betesda niet het bestaande systeem wil beconcurreren, maar aanvullend wil werken waar zij te kort komt of geen arme mensen voor mindere kosten kunnen behandelen, is in december besloten de prijs van een consult niet meer gelijk te hebben aan de locale polikliniek (ten overvloede misschien: die van het regeringsziekenhuis, door het ministerie van gezondheidszorg op nationaal niveau gedirigeerd, de zogenaamde MINSA), maar te verhogen van 6 naar 10 sol per consult voor hen die dat kunnen betalen, en zo te voorkomen, dat er teveel patiënten bijkomen buiten Betesda’s doelgroep om, die dan ook te makkelijk goed voor goedkoop willen.

Er is begrip voor, en het lijkt tot nu toe geen probleem, omdat het werk van Betesda goed bekend staat met de jaren, en de herinvestering van inkomsten in hen die niet hebben, door genoeg mensen in stilte goedgekeurd wordt. De echte armoe gaat vaak samen met
kansarm zijn, door werk/leef- en scholingsachterstand.
Met één arts in Betesda is het onmogelijk nog verder te groeien, als dat een doel zou zijn. Maar de grootte van de organisatie is géén doel op zich: het gaat om de kwaliteit en verantwoordelijk werken voor de doelgroep. Iedere patiënt telt als mens, en niet de tijd noch het scoreaantal op zich. Dat is de stijl van de dokter en daar kan geen glimlach, biljet of wat dan ook verandering in brengen.

Dankzij de stichting Bethesda voor Peru zijn er positieve berichten over mogelijkheden van het werken met een tweede arts, die zich op campagnes in het buitengebied, tot in de Sierra (Andeshoogte) toe, richt. Omdat het om een klein team van oproepkrachten gaat, hangt de frequentie ook van hun tijdsmogelijkheid af. De dokter heeft de eerste van de buitenwijkcampagnes gedaan, terwijl een collega in de praktijk achterbleef.

Hij is nu druk met een vervelend akkefietje om onze jeepdocumenten in het notariaat eindelijk recht te krijgen. Want omdat de vorige eigenaar ver weg in de jungle woont, had de dokter aan een zogenaamde hulp opgedragen de documenten over te laten schrijven, maar die blijkt ze vervalst te hebben, in plaats van over te dragen. Omdat hier tegenwoordig ook veel centraal in computers geregistreerd is, kan de jeep momenteel de weg niet op. En de jeep is makkelijk op veldcampagnes.

Twee grote weekcampagnes in juli en december naar de Sierra staan vast op de planning. Verder zal er rechtsbijstandshulp besteed worden aan iedere patiënt die zonder geboortepapierenaankomt.
Recht op een naam’ is het eerste wat geldt in het leven. Te weten dat je er mag zijn, en letterlijk meetelt. Dat is nodig voor zijn verdere hulp het kansarm zijn weg te werken, en bijvoorbeeld recht op de algemene
armenziekenverzekering te hebben… (Ook: inentingen en schoolplaatsen worden daar op berekend en er is dan ‘gratis bevallen onder medische begeleiding’, etc.). En rechtop te durven lopen, zonder valse schaamte.

Er is plaats voor vrijwilligers uit Nederland:

1. Om opnieuw mee te werken aan opvang van kinderen met chronische ondervoeding, inclusief het (helpen) organiseren van stimulerende activiteiten en de begeleiding van hun ouders. Eis: goed ‘vakantiespaans’ spreken, of eerst in Trujillo de Spaanse talenschool voor buitenlanders volgen, verder naastenliefde (geduld) hebben voor arm én rijk.

2. Onder verpleegkundigen (25-45 jaar) met ervaring en taalbeheersing, zoekt Betesda vrijwilligers voor huisbezoeken en thuisbegeleiding van aidspatiënten en hun familie in Chepén en omstreken. Betesda laat je (parttime) met een counterpart werken, wat nuttig is voor blijvende kennisuitwisseling.

Tot slot, 3. Bij mij thuis in de stad Trujillo is een eenvoudige plaats voor een vriendin met onderwijzerskwaliteiten, die hier Spaans verder wil studeren, en tegen het geven van 10 uur Nederlandse les aan Fidel (6), kost en inwoning heeft (materiaal en methode aanwezig).
 
Tijd voor ‘Adios’ terwijl de kolibrie op het raam tikt, en ik even opzij moet kijken naar zijn kunstig nestje dat op anderhalve meter van het raam vandaan aan een zwiepende tak van de ficusboom hangt. Het is niet groter dan een eierdop, en het pasgeboren vogelkuiken is niet groter dan een dikke erwt! ‘La vita è bella’; het leven is prachtig. De Heer zij dank.

Een hartelijk groet,

 
Rondzendbrief nummer 24 / november 2009
 
Zwijnen en parasieten
De vuilstortplaats ligt ver weg buiten de stad, verscholen in de woestijn. De meeste steden hebben dit op deze manier. De gemeente is de beheerder. Na het storten is het de bedoeling dat het vuil met zand afgedekt wordt, een goedkope manier van vuilverwerking. Maar vandaag doet de enige shovel die er is het niet.

Maar voor het zover is, wordt het volgende beeld grofweg door de vingers gezien: tientallen families die hier uit het vuil alles halen wat enigszins nog te recyclen is. Plastic, papier, ijzer en ??? en alle etensresten: de kinderen die honger hebben, vinden nog een stuk overrijpe banaan of resten voedsel in het vuilnis. Het ligt op dezelfde hoop als het gebruikte toiletpapier, wat hier niet door de riool mag omdat die dat niet aan kan in dit land, maar wat altijd apart in een afvalemmer in het toilet verzameld moet worden.

     
 
    
 
De motertaxi staat klaar en brengt                                                     Voor sommingen wordt een 
hen met hun zak materiaal terug                                                        warme hap ter plekke afgeleverd.
naar de bewoonde wereld.
 
Als de vuilstortwagen aankomt, vliegen de mensen er met hun ‘lange Hein piekhaak’ op af, om vooral de eerste te zijn en het beste uit de troep naar zich toe te kunnen trekken. Ze kennen de wagens en weten uit welke wijken ze komen: betere wijken betekent meer goede troep om te overleven. De zwijnen die er in kuddes ook overheen lopen, zoeken zelf hun kostje wel bij elkaar. Ze zijn niet van die arme mensen maar van een paar eigenaren die zelf niet eens weten hoeveel beesten er zijn, zoveel lopen er door elkaar. De varkens worden voor consumptie zonder keuring op een bekende markt in de stad verkocht. Er zijn mensen die daarom bewust geen varkensvlees eten, bovenal voor het gevaar van cystic cercosis, een parasiet die zich in de hersenen nestelt.

Ik begaf me in een groep studenten die zich gestort hadden op een bezinning over ecologie in het kader van de gezondheid. Een ieder van deze ‘high class students’ is onder de indruk dat dit tafereel bestaat; de misselijk makende stank is werkelijk onvoorstelbaar. Wij hadden hun ‘werkplaats’ zelf nooit gezien of geroken van dichtbij…

Het is de docent zelf die ons hierheen leidde, en wel de provinciale directeur gezondheidszorg. Zijn vraag is ‘voldoet het aan de sanitaire eisen?’, en ‘welke socio-economische groep treffen we hier aan?’
Terug op de universiteit wordt het commentaar door hem geleverd dat we wel een kerstactie voor de kinderen van de vuilstort kunnen organiseren. Maar dat doen eigenlijk al verschillenden elk jaar in december.
(Alida heeft een keer met een vriendinnetje op de kerstviering voor de kinderen van de vuilnisbelt gezongen. En ze geven altijd een speelgoedje weg in die tijd voor de armsten van de stad. Met een bus van de gemeente waren die kinderen toentertijd naar een school in het centrum gebracht.)
 
     
 
Er volgt een discussie, eindelijk wat doekjes eraf…
Het toppunt: deze directeur is degene die de macht heeft deze plaats voor het publiek te sluiten wegens gevaar voor de gezondheid, om te zeggen dat de recycling niet daar, maar in de woonwijken gestimuleerd moet worden. (Dat gebeurt nog veel te weinig. Het werk wordt daardoor schoner en menselijker.) En over de varkens uit het vuilnis zou meneer de directeur ook goed mee kunnen praten in de lokale en landelijke politiek… (Het was ook niet de president zelf die toentertijd bedacht de slavernij af te schaffen.) Maar nee, het kwam op als een drukkende bewustwording waar hij uiteindelijk in mee moest gaan. En zo namen we om te beginnen dan maar als goede vrienden afscheid.

Ach…een stap verder dan recyclen is het ‘niet produceren’ van afval en zo is het duidelijk hoe de hyperconsumptie de hele planeet verstikt. De prachtige documentaires ‘Home’ (van Yann Arthus Bertrand, 2009) en ‘An inconvenient truth’ (van Al Gore: Nobelprijs voor de vrede 2007) zijn dappere voorbeelden om ons het probleem te laten begrijpen, misschien goed voor tweede kerstdag als je ze nog niet gezien hebt. De rest ligt aan iedereen zelf; ook deze kersttijd is een nieuwe beslissing hierin of we al dat wat mooi voor onze ogen is, wel nodig hebben…

Tijdens de eerste grote campagne in Jesús (dorp in het Andesgebergte) in juli/augustus, hebben we ook laboratoriumwerk gedaan: parasitologie-onderzoeken onder de bevolking. Ieder monster was tegen een symbolisch bedrag van een halve euro (of gratis in grotere families) om te onderzoeken hoe het probleem van parasieten daar ligt. 100% had één of meerdere darmparasieten!

Vele soorten kwamen we tegen, tot zeer schadelijke die in de kust niet meer gezien worden. Het ergste geval was van een jongetje van 2,5 jaar. Na hem was er al weer een broertje van 1,5 jaar waardoor de moeder hem te snel ‘uit handen’ op de grond achter gelaten had. Hij had zes verschillende soorten parasieten, inclusief twee die van de hond en het schaap zijn, normaal gesproken.

En véél... in één microscopisch kamp zag je op een moment 4 soorten tegelijk. Het jongetje was zwaar ondervoed. Hij woog maar 9 kg en was zwak. We hebben standaard medicamenten bij ons, maar lieten voor hem met spoed andere nodige aanvoeren (50 euro). De familie stond open voor de basiseducatie, maar gaf zelf aan dat ze in de dichtstbijzijnde medische post alleen maar wogen, en zeiden dat het kind te weinig woog… géén educatie, géén verder onderzoek.

Naar aanleiding hiervan, hopen we een microbioloog te vinden, die in de komende grote campagne tussen Kerst en Oud&Nieuw mee wil helpen hier in de bergen (we hebben twee microscopen). Al is het maar voor twee of drie dagen, tegen volledige betaling en reisvergoeding, want het is een dringend punt, en de bevolking kwam er op grote schaal op af wegens de klachten. Veel kinderen zijn hierdoor chronisch ondervoed, met veel buikklachten, en/of met een groeiachterstand. We moesten nu 'nee' verkopen i.v.m. tijdgebrek.

Ook de kleine dichtbij-campagnes gaan fijn. De dokter gaat het liefst zelf, zolang hij het kan, in samenwerking met andere gezondheidswerkers die hij ervoor gevraagd heeft. De tweede arts (meestal een vrouwelijke dit jaar) blijft zulke dagen in de vaste praktijk achter met assistentie van Adela. Maar het principe staat vast: één blijft, en één gaat.

De laatste campagne vorige week, ging naar een kindertehuis wat verder weg, waar de dokter voor het eerst gevraagd was, want ze hadden niemand voor hun medische zorg. Het was door een Amerikaan opgezet. De hand en de voet vullen elkaar aan… 
De dokter nam meteen een tandartsassistent mee namens Betesda, die alle gebitjes in kaart bracht en fluorbehandelingen gaf. Dit laatste is over een half jaar weer afgesproken, en verder werden ze met een tandarts in contact gebracht voor verder nawerk op dat gebied. De kinderen waren schoon, en in redelijk goede voedingstoestand alhoewel allemaal dun, volgens de dokter.
Zijn grootste zorg die dag was over vijf broertjes die er zaten, waarvan er twee een TBC-behandeling achter de rug hadden, maar waarvan er één nu opgezette lymfeklieren had.
 
Het laatste wat gezien werd deze dagen
Een nieuwe patiënt komt aan. Hij ziet er niet zo schoon uit en ruikt. Ook kan hij niet staan.
Hij wordt op de onderzoektafel getild. Op de witte doktersjas blijft een veeg vuil achter...
Het is een geluk dienstbaar te kunnen zijn.

Een fijne, gezegende Kerst gewenst en een gelukkig Nieuwjaar.